Het werk van Peter te Nuyl onderscheidt zich door zijn levenslange fascinatie voor geluid. Of het nu om theater, opera/muziektheater of radio/audio gaat – geluid is voor hem altijd een autonome en bepalende component. In het (stem)geluid resoneert voor hem de wereld; en met geluid creëert hij zijn eigen universum.
Bij het lezen van teksten krijgt hij geen beelden, zoals de meesten onder ons, maar hoort hij geluiden.


De lichaamloze acteur

Voor Te Nuyl is de stem daarom het essentiële instrument van de zanger, natuurlijk, maar ook van de acteur. De fysieke aanwezigheid van de zanger/acteur heft hij in zijn (muziek)theatervoorstellingen dan ook bij voorkeur op in een abstracte vormgeving en in een minimum aan handeling. Zo creëert hij, bijna, de lichaamloze acteur.


Sereniteit

Tegen het lawaai en de vloed aan beelden van alledag, brengt hij op het podium sereniteit in stelling. Dat wil in zijn geval zeggen een heldere, zuivere en kalme muzikaliteit. En met die sereniteit bezweert hij zijn en ons aller existentiële angsten.

Niet verwonderlijk dus dat Te Nuyl zich in de afgelopen 15 jaar vrijwel uitsluitend nog toelegt op muziektheater en audio. In die twee kunstvormen is hij als regisseur, librettist, schrijver en bedenker het meest in zijn element.


Eigen weg

En hij gaat zijn strikt eigen weg: als geluidscomponist. Want zo is het voor hem ooit begonnen en het is de bron waaruit al het andere werk voortkomt.  


Theater

Tussen 1981 en 1998 regisseerde Te Nuyl stukken van o.a. Ibsen, Racine, Euripides, Yeats, Maeterlinck, Pirandello, Ayckbourn en Tsjechov bij een aantal grote toneelgezelschappen in Nederland.
Van het Friestalig toneelgezelschap Tryater was te Nuyl van 1990 tot 1993 artistiek leider.

Hij schreef/monteerde stukken voor radio en theater op basis van werk en biografisch materiaal van o.a. Frederik van Eeden, Dylan Thomas, Toergenjev en Kleist.
In 1991 schreef hij, gebaseerd op 15e-eeuwse Friese kronieken, De Ondergang van Friesland.


Muziektheater

Vanaf 1978 schrijft en regisseert Te Nuyl ook muziektheater. Hij deed regies van werken van Luciano Berio en Simeon ten Holt, en de opera Erendira van Klaas de Vries, waarvoor hij ook het libretto schreef.
In 2004 ging de opera Bonifacius van Henk Alkema en Peter te Nuyl in première.
Bij de Nederlandse opera regisseerde hij zowel de Parijse (1990) als de Weense versie (1993) van Gluck’s Orfeo ed Euridice. Bij de Nationale Reisopera regisseerde hij Dvoraks Rusalka, Weills Mahagony, Wagner’s Der Fliegende Hollander, de wereldpremière van Huub Kerstens Creon, waarvoor hij ook het libretto schreef, en Debussy’s Pelleas et Melisande.
In Neurenberg regisseerde hij Leonard Bernsteins Kaddish, in Berlijn een scenisch-concertante Rake’s Progress. In Weimar Gluck’s Orfeo. In 2009 monteerde hij in Dortmund een scenisch-concertante Midzomernachtsdroom (Shakespeare, Mendelssohn, Henze). In 2010 realiseerde hij een scenisch-concertante Erwartung van Schoenberg en de scenische première van Phoenix van Christian Jost, van wie hij in 2011 de opera Hamlet regisseerde.


Radio/audio

Bij NOS, KRO en NPS realiseerde hij sinds 1979 radiofonische stukken: mengvormen van drama, documentaire, opera en experimentele radiofonie.
Begin 1996 maakte hij een integrale live-radioversie van het vier uur durende toneelstuk De Duivel en God van Jean Paul Sartre. Het Gedruisch, een persoonlijk document over de Nederlandse hoorspeltraditie, kreeg in 1997 bij de Prix Italia een speciale vermelding.
In 1997-1998 realiseerde hij, samen met Krijn ter Braak, de dertig-delige radiobewerking van de integrale Metamorphosen van Ovidius (speciale vermelding Prix Italia 1998).
Van 2002 tot 2006 werkte hij aan de bewerking en regie van de 120 uur durende hoorspelserie Het Bureau naar de gelijknamige roman van J.J. Voskuil.
Voor de NPS bewerkte hij 75 Bommel-verhalen van Marten Toonder als langlopende hoorspelserie.
In 2008 verscheen in eigen beheer een Pilot-cd met fragmenten uit de Bijbel.
Op cd verscheen Lobith, het eerste deel van een audiografisch vierluik van Nederland. Hij werkt aan het tweede deel van dit vierluik, Wadden, een geluidsinstallatie.
Voor De Hoorspelfabriek maakte Te Nuyl een dubbel-cd met audiobewerkingen van verhalen van Belcampo.


Op dit moment werkt Te Nuyl, naast de Bijbeltapes, voornamelijk aan autonome geluidswerken.(zie ook 'Eigen weg’)

Te Nuyl studeerde toneelregie aan de Theaterschool Amsterdam en liep operastages in Leeds en bij Harry Kupfer in Berlijn.

Naast zijn eigen werk coacht Te Nuyl graag jonge schrijvers, regisseurs en ontwerpers in theater en radio.